Hackney in
Nederland
Rond
1900 kwamen de eerste Hackney’s naar Nederland. Door
het elegante uiterlijk werden de paarden al snel aangekocht als
bespanning voor de luxe équipages in de grote steden en op de toen
nog veelvuldig voorkomende buitenplaatsen. Het
in bezit hebben van een Hackney gaf in die tijd de eigenaar een
zekere status. Baron van Voorst tot Voorst uit Elden was één van
de eerste en grootste Hackney eigenaren in ons land. Hij stelde
onder andere de grote maat Hackey hengsten Hockwold Cadet en Gay Boy
ter dekking, die niet alleen voor de Hackney fokkerij, maar ook voor
de veredeling van het Nederlands warmbloed werden ingezet. Na
de eerste wereldoorlog, toen het gemotoriseerde vervoer zijn intrede
deed en de spoorwegen het personenvervoer overnamen, daalde de
belangstelling voor de luxe équipagepaarden.
Na de tweede wereldoorlog nam de belangstelling voor de Hackney weer
toe, voornamelijk door de mogelijkheden de paarden meer hobbymatig
te houden en voor de sport. In
de eerste helft van de twintigste eeuw werden in Nederland ook al de
eerste showrubrieken voor Hackney’s verreden. Bekende stallen uit
die tijd waren onder andere Velstra, Rijks, Daniëls, Broekman en
Finkers. Thans bevindt zich in ons land een bloeiende fokkerij, één van de grootste van Europa, met uitvoer naar diverse landen. Het ras wordt gefokt in twee maten, de grote en de kleine maat. Voor de laatste bestaat de meeste belangstelling. In de fokkerij worden beide maten strikt gescheiden gehouden. Evenals vroeger wordt de Hackney, en dan met name de grote maat, ook tegenwoordig gebruikt om andere rassen te verbeteren. Vroeger was het vooral om de eigenschappen snelheid en uithoudingsvermogen te doen, zodat men betere jacht- en koetspaarden verkreeg. Thans richt men zich op de verheven gangen en het edele type om andere rassen te veredelen. Denk daarbij aan de invloed van de Hackney-fokkerij op het Nederlands Tuigpaard.
|
|